STRIJKMOLEN D

  Woning



"Het is eigenlijk een werktuig waar je in kunt wonen."



Van de ruim 1200 molens in Nederland worden er maar ongeveer 150 bewoond. Vaak wordt de vraag gesteld:  Hoe is het om in een molen te wonen?

Eerst even wat geschiedenis. Om over de molen als woning te spreken moet je eigenlijk onderscheid maken in industriemolens en poldermolens. Industriemolens, bijvoorbeeld korenmolens, waren kleine fabrieken. Het hele gebouw werd gebruikt in het proces. Op sommige verdiepingen was het fabricage gedeelte, bijvoorbeeld waar het graan gemalen werd, en andere delen van de molen deden dienst als opslagruimte. Vaak was de eigenaar van de molen welvarend en woonde hij met zijn familie in een huis vlakbij de molen. Poldermolens echter waren gemalen om de polders droog te pompen. Meestal waren ze het eigendom van een polderbestuur of een waterschap. De molenaar die in dienst van een dergelijk bestuur de molen liet draaien was een arme arbeider. Het bewonen van de molen met zijn gezin was onderdeel van het salaris. Het was wel handig om er in te wonen omdat soms ook ’s nachts het water te hoog kwam en de molenaar dan moest gaan malen. De leefomstandigheden waren meestal niet al te best. Alleen de benedenverdieping werd gebruikt en omdat er ook het nodige draaiwerk zat was dat niet erg ruim. Bovendien ging het in die tijd om grote gezinnen met veel kinderen. Een oplossing waren de bedsteden waar vaak met drie of meer mensen in werd geslapen.



Nog niet zo heel lang geleden raakten langzaam maar zeker de meeste molens, zowel de industriemolens als de poldermolens, hun oorspronkelijke functie kwijt. Van veel molens was het lot de slopershamer. Sommige lukte het een andere functie te krijgen, waardoor ze gespaard bleven. De vier strijkmolens aan de Hoornse vaart in Alkmaar zijn hier een goed voorbeeld van. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog was het waterkundig zo veranderd dat ze geen functie meer hadden. Na de oorlog stonden ze op de nominatie om te worden gesloopt toen men zich realiseerde dat ze als woning konden worden ingezet. Er was toen sprake van een enorm woningtekort en dus gemakkelijk te verhuren. In deze tijd is het veel meer een bewuste keuze als je besluit in een molen te gaan wonen. Over het algemeen zijn het mensen die iets hebben met de molen. Vaak gaat het om vrijwillig molenaars die de molen regelmatig laten draaien en ook het kleine onderhoud verzorgen. Eigenaren, zoals bijvoorbeeld de Molenstichting Alkmaar, kiezen daar bewust voor. Aan een molen die regelmatig draait en goed onderhouden wordt, ben je veel minder kwijt dan aan een stilstaande molen. Nog steeds zijn het voornamelijk poldermolens die bewoond worden, hoewel er ook industriemolens dusdanig verbouwd zijn dat ze geschikt zijn voor bewoning



En dan nog die vraag: 'Hoe is het om in een molen te wonen?'

Zoals wel vaker zijn er plus- en minpunten aan het bestaan als molenbewoner. Het historische perspectief is natuurlijk een groot pluspunt. Alles om je heen heeft al veel meegemaakt. Als je het hebt over de strijkmolens aan de Hoornse vaart bijvoorbeeld, heb je het over molens die gebouwd zijn rond de tijd dat Rembrandt geboren werd. Een ander pluspunt is de ruimte om je heen. Om goed te kunnen draaien heb je zo min mogelijk obstakels om je heen nodig, dat betekent dat je meestal een mooi uitzicht uit je raam hebt. Een nadeel is tegelijkertijd een voordeel: het waait er (bijna) altijd.

Niet zo lekker als je buiten wilt gaan zitten, prima om te draaien. De ruimte in de molen is bij alle molens verschillend. Wel is de ruimte nooit helemaal recht. Er zijn veel hoeken en gaten die de meeste molenbewoners creatief benutten. Als laatste dan nog een andere veelgestelde vraag nu maar gelijk beantwoord: het draaien van de molen gaat bijna geluidloos. Alleen boven in de molen merk je er wat van doordat je de molen heen en weer voelt gaan.