STRIJKMOLEN D

Kap  



"Het is eeuwenoude techniek."


De molen moet altijd met de wieken in de wind staan. Door wind van achteren kan hij achteruitlopen, wat schade kan veroorzaken. 'Averij' heet dat, net als in de scheepvaart. Veel termen en uitdrukkingen komen daar ook vandaan. De oude molenbouwers waren van oorsprong vaak scheepsbouwers. Het deel van de molen wat nog het meest in de originele staat is, is de kap. De techniek is in al die eeuwen niet zo veel veranderd. Het grote wiel, het kruiwiel, ziet er uit of het zo van een groot zeilschip afkomstig is.

De bovenkant van de molen zit met twee zware kettingen vast aan de romp. De bezetketting houdt de kap op zijn plaats, vooral tijdens het draaien; de 'doodketting' is er voor als het toch mis gaat.

Met het grote kruiwiel kun je de kap die op houten rollen loopt, draaien en op de wind zetten. Dit heet kruien. Aangezien hier het mechanisme binnen in de kap zit wordt dit type molen een 'binnenkruier' genoemd. Als je wilt kruien, moeten eerst alle kettingen los.  

Het kruien is een  zwaar werkje. Hierbij gebruik je niet alleen je armen, maar ook je benen. Gelukkig hoef je nooit meer dan honderdtachtig graden om te kruien als de wind gedraaid is. Je kunt namelijk links- of rechtsom, ook wel krimpend of ruimend genoemd. Afhankelijk waar de wind naar toe gaat.





Bekijk hoe Tom strijkmolen D kruit.